De Reisverslagen
(de nieuwste verhalen staan bovenaan)
Reisverslag 14
22 juni tot en met 19 juli 2002
Azoren - Engeland
Horta, Faial – Agra do Heroismo, Terceira (Azoren)
Horta was een mooie tijd, zoals gezegd, veel sociale contacten. Biertje hier biertje daar en het weer was goed. En nadat we de vermeende koper van de boot nooit hebben gezien konden we gewoon onze eigen weg weer gaan.
Voor “old times sake” zijn we nog een maal gaan Speargun vissen. We huurden een snelle Nissan Micra die ons in rap tempo over het eilandje Faial reed. Walter en Bram genoten voorin terwijl de 1.90 m lange Peter achterin met opgevouwen benen heen en weer geschud werd op de soms Belgisch aandoende wegen. Aan de andere kant van het eiland vonden we eindelijk een plekje waar we wel wilden vissen. Hier was in de jaren vijftig door vulkanische activiteit onder water een heel stuk nieuw eiland ontstaan met een onherbergzame en grillige kust.
We kleedden ons om in de duikpakken en gingen met spearguns en al op weg naar de duikplek. Hier moesten we van een rotsje afspringen om vervolgens in iets kouder water dan gewend terecht te komen.
We vonden niet de onderwaterpracht van de Cariben maar een geheel eigen sfeer met helder water en veel kleine onderwater visjes. Het was dan ook een heel gezwem voordat we alle drie een fijn visje te pakken hadden, huis/bootwaarts keerden om een fijne curry met vis te bereiden. Op de Nira hebben we genoten van een fijne viscurry en een glaasje Portugese wijn.
Ons laatste hoogtepuntje op Faial was de WK finale. Heel Faial had zich gehuld in de Braziliaanse kleuren en stond in een parkje voor de jachthaven bij een groot scherm de wedstrijd te volgen. Wij, zoals altijd iets slimmer, vonden bij Peter’s Sport Café een tv met een rij lege stoelen ervoor die na verloop van tijd gevuld werden door o.m. de jongens van de Icemaiden. Hier konden we op ons gemak Brazilië van Duitsland zien winnen.
Daarna was het genoeg. Weg van Horta.
We vertrokken dan ook ’s ochtends vroeg samen met Nira naar Terceira, een kleine 70 nM zeilen. Met zeer wisselende winden werd het op het laatst een perfecte zeildag waarbij we ons nog net konden bedwingen om geen rondjes om de Nira te gaan zeilen.
Terceira
Angro do Heroismo op Terceira ligt achter een mooie hoge rots, waarachter de wind weg valt. Motorend kwamen we de gloednieuwe jachthaven binnen, waar ook de Malmok al weer lag. Hier zagen we ook Bram zijn zus en zwager weer die ook al op Faial waren bij de aankomst na onze oversteek.
Angro is een mooi oud stadje uit de renaissance dat beschermd is als Unesco werelderfgoed. Met kleine straatjes, een kathedraal en pleintjes, een groot verschil met Horta dat een dorpje is met een hele grote jachthaven.
Met Guus, Ineke en nichtje Maartje zijn we, vlak voor ze weer het vliegtuig huiswaards namen, een dagje gaan zeilen. Althans dat was het idee. Een idee dat Maartje, die haar ideeën nog niet in woorden uit kan drukken niet helemaal ondersteunde.
Op de motor varen was nog leuk, maar zeilen was duidelijk niet aan haar besteed. Zodra de motor uit ging, ging Maartje aan.
Dus het zeiltochtje werd, tot verdriet van de ouders, zeer kort. En soepel werd het zeiltochtje omgezet in een dolfijn- en vogelsafari. De dolfijnen waren aan het jagen dit tot grote vreugde van het fotograferende en videofilmende deel van de bemanning. Maar aan alles komt een eind, en uiteindelijk zijn foto’s met meer water dan dolfijnen ook voor de mensen die er zelf bij waren niet meer interessant. En werd het tochtje afgesloten met een fijne vismaaltijd in een lokaal visrestaurant.
Het vissen zou een geheel nieuwe dimensie ingaan met de komst van Bram zijn vader die zijn Guus en Ineke kwam aflossen.
Sao Jorge
Ben de Kruijff vloog naar Terceira en zeilde met de NB mee naar Sao Jorge, intussen een viswedstrijd aangaande met zoonlief. Het zelf meegebrachte hengeltje ging moeiteloos de concurrentie aan met onze vishengel, die zichzelf al ruimschoots in de Cariben had bewezen. En zo werden tussen het vogelen door toch nog enige makreeltjes aan de haak geslagen.
Sao Jorge is een langgerekt eiland met een steile vulkanische kust die vrijwel geen bescherming tegen de elementen biedt. Lang leven het Azoren Hoge drukgebied, en diens windstilte.
We zijn aan een boei afgemeerd bij een klein dorpje halverwege het eiland, vlakbij een camping voor onze gast. Het was hier dat het vissen een andere dimensie zou krijgen; Ben had zijn visnet meegebracht.
De tweede dag werd dit, aan het eind van de middag, met behulp van de Gele Banaan, een zwemmende Walter en een kundig manoeuvrerende Bram uitgezet op een visrijk plekje. Na een nachtje slaap moest deze voldoende vis opleveren voor een goede Barbecue op de Camping.
De volgende morgen ging de Familie De Kruijff er dan ook al snel op uit om de oogst binnen te halen. En die bleef uiteindelijk effectief zeer beperkt. Veel vissen werden er gevangen, maar het was niet voor niets dat we met het speargunvissen geen papagaaivissen vingen, die kun je namelijk niet eten, maar naar bleek wel heel makkelijk met een net vangen.
Dus bleef de eetbare vangst beperkt tot een vis en een kreeftje.
De Barbecue was een feest, de oorspronkelijke vangst was aangevuld met Pigfish (errug lekker) die zeer smakelijk gemarineerd was door de camping eigenaar, die er duidelijk plezier in stelde om onze Barbecue te vervolmaken.
Na een paar dagen moest ook Ben weer terug en zetten we weer koers naar Terceira.
Vertrek naar Engeland, de laatste oversteek
Terug in Angro bleek de Nira van Peter vertrokken te zijn naar Portugal. Voor we naar Sao Jorge gingen, was daar al sprake van, maar net toen wij naar Sao Jorge wilden, wist Peter te vertellen dat ie misschien op Terceira ging werken.
Uiteindelijk bleek hij toch liever te profiteren van de ideale zeilomstandigheden van dat moment en was hij vertrokken, een mager loontje achterlatend, zeilend naar Iberië. Daarmee was onze zeilpartner van de afgelopen vier maanden vertrokken.
Nu was het ook tijd voor ons om het rondje te vervolmaken en op weg te gaan voordat het weer zou veranderen.
Alle voorbereidingen werden weer getroffen; weerberichten controleren, diesel tanken, olie verversen, eten inslaan en moed verzamelen. Op naar Engeland waar Jaklien en Véronique ons zouden komen vergezellen voor de laatste loodjes.
Al motorend lieten we de eilanden van de walvissen achter zonder er ooit zelf een gezien te hebben.
Ondertussen waren we het gewend: geen wind. ’s Avonds spotte Bram de eerste Walvis. En net op het moment dat Walter zijn slaperige hoofd uit het kajuitje stak was de Walvis alweer in de peilloze diepten verdwenen.
De komende dagen werden verschillende walvissen gespot. De vlakke ze maakte het een feest om ze al van verre aan te zien komen. Verder werd er veel gelezen, heel veel gelezen. Het stuurautomaatje stuurde, de bemanning las.
Het was een vroege morgen toen Walter zich even van zijn boek oprichtte om eens om zich heen te kijken en een grote zwarte streep voor de boeg zag. Wat zal dat zijn? Och, toch maar even uitwijken, niet? En op het moment dat de NB haar steven wende, liet de zwarte streep zien dat het een Walvis was. Net op tijd ging de NB een krachtmeting met een walvis uit de weg.
Maar na vijf dagen motoren gingen we ons langzamerhand toch grote zorgen maken over de brandstofvoorraad. Nooit hadden we rekening gehouden met het feit dat het Azoren-Hoog zich zo noordelijk zou uitbreidden. Eten hadden we zat, drinken ook, maar Brandstof? Nee, dat nou net niet.
En net op de zesde dag ging het opeens een beetje waaien. De NB, ontdaan van overbodige boeken, verbruikte brandstof en reeds gegeten eten, speerde dan ook voorruit. Lekker halve wind, windkracht 4, prima.
Met die snelheid zouden we al na vier dagen in Engeland zijn en we maakten al plannen om onze geslaagde oceaan oversteek te vieren.
Helaas, een passerende Amerikaanse Containerboot gooide roet in het eten. Toen we een schip spotten riepen we hem meteen op.
En nadat we vrijwel naast hem zaten reageerde hij. Of hij het weerbericht soms wist.
Welnu, dat wist deze uiterst vriendelijk Amerikaanse stuurman niet (vriendelijkheid uit medelijden? Want welke idioot gaat nu in een zodanig klein bootje nu rond de oceaan. Vast niet.) wel hadden ze net twee dagen in de mist gevaren.
Hmmm, in de mist varen in het drukste vaarwater ter wereld trok ons nou niet zo, maar om nu te zeggen dat dat de stemming drukte, nee.
Wat de stemming wel drukte was het nieuws die diezelfde stuurman even later wist te melden. Hij had nu wel weerinformatie en ze weken uit voor een zware depressie die met dertig knopen over de oceaan kwam racen. Tja, en daar zit je dan in je kleine houten bootje. Nog 600 mijl te gaan en een zware depressie met windkracht 10 zou de volgende dag over ons heen komen. Nu was de stemming bedrukt.
Waar de depressie uiteindelijk heen zou gaan wist de Amerikaan niet. Hij kon boven de Golf van Biskaje blijven hangen of kon naar het Iberische schiereiland gaan of een wat noordelijker koers aanhouden.
Dat is nu niet echt informatie om een strategische beslissing op te baseren. We zeilden daarom gewoon door, met gekruiste vingers.
Het naderen van de depressie deed zich in eerste instantie voelen in het langzaam draaien van de wind. Na verloop van tijd zeilden we aan de wind. De wind begon toe te nemen en al snel moesten we gaan reven….. zoals altijd in het donker.
De daaropvolgende dagen werden we van hot naar her geblazen, boekten we boksend aan de wind onze minste mijlen. (twee dagen van rond de 70 nM). Dan weer met derde rif en fok, afgewisseld door de stormfok.
Schuilen in je zeiljas. Het weer, de wind, je keuzes en je leven vervloekend. Iets anders kon niet. Er was nog maar één droog bed aan boord, dat afwisselend beslapen werd. Hier kon je proberen je gedachten uit te schakelen en je omgeving vergeten, alvorens je je weer in je pak moest hijsen voor een volgend rondje watergeweld.
De ene dag zeilden we richting Ierland en de volgende dag richting Frankrijk, maar niet richting Falmouth.
In deze omstandigheden zagen we weer een schip, na een paar dagen heen en weer geslingerd te zijn. Weer riepen we het schip op hopende op goed nieuws. Deze keer kregen we geen vriendelijke Amerikaan maar een onwetende Filippijn die het ook allemaal niet wist. Gek, genoeg nam vanaf die dag de wind iets af, en draaide langzaam naar een bezeilde koers. En met nog twee dagen zeilen konden we eindelijk mijlen maken. De dag die daarop volgde gaf ons bijna de lekkerste zeildag van het jaar. En zo kregen we op de laatste dag Engeland in beeld. Eindelijk, de laatste oversteek zat erop.
Een oversteek die het NB-sailing team voorgoed volwassen heeft gemaakt. En het einde inluidde van onze gezamenlijke zeilonderneming, tot Nederland zou het team uitgebreid worden met meezeilers Jaklien en webmaster Véronique.
Benieuwd geworden naar de andere reisverhalen vanaf het begin?
Klik hier voor:
- deel 1 van 16 oktober tot 25 oktober 2001 'Vertrek'
- deel 2 van 25 oktober tot 5 november 2001 'Spanje'
- deel 3 van 5 november tot 6 december 2001'Op weg naar las Palmas'
- deel 4 van 7december tot 8 januari 2002 'De Oversteek'
- deel 5 van 8 januari tot 13 januari 2002 'Barbados'
- deel 6 van 26 januari tot 31 januari 2002 'Grenada-Trinidad'
- deel 7 van 31 januari tot 28 februari 2002 'Venezuela'
- deel 8 van 29 februari tot 15 maart 2002 'Naar de Nederlandse Antillen'
- deel 9 van 17 maart tot 25 maart 2002 'Bonaire'
- deel 10 van 26 maart tot 1 april 2002 'Bonaire - Curacao'
- deel 11 van 3 april tot 29 april 2002 'Curacao - Cuba'
- deel 12 van 13 mei tot 3 juni 2002 'Cuba - Fort Lauderdale - Bermuda'
- deel 13 van 3 juni tot 22 juni 2002 'Bermuda- Horta Azoren'
