Reisverslag deel 13

3 juni tot en met 22 juni

Bermuda-Horta, Azoren

Bermuda

En daar ben je dan, na 8 dagen op zee kom je aan op Bermuda. 's Nachts voeren we Bermuda binnen en de volgende dag klaarden we in en gingen we op onderzoek uit in St. George. 
En dat is dan een soort enorm dure toeristische enclave in de Atlantische oceaan, waar je t-shirtjes kan kopen met "I survived the Bermuda triangle" en waar politieagenten rondlopen in korte broeken met lange kniekousen. Verder is het eigenlijk niks. De cruiseboten storten het plaatsje vol met Amerikanen die alleen maar uitstralen dat ze verbaasd zijn dat er nog iets bestaat buiten de grenzen van de USA. Verder is Bermuda een verzamelplaats van Yachties (zoals wij) die wachten tot ze de oceaan over kunnen steken (of naar de VS of naar de Azoren).

Wij kwamen aan in goed weer, motorend omdat er geen wind was, en binnen twee dagen stroomde de ankerplaats vol met boten die terugkeerden van hun poging over te steken naar de Azoren, omdat er zulke stormen stonden (totaal 12 tot 15 boten keerden terug).

Op de anchorage kwamen we de "Malmok" tegen, de boot van Guide en Helene, die ook figureerden in het Volkskrant artikeltje en het artikel in Zeilen. Die begroetten ons (Bram dan) ook met de kreet: "O, zijn jullie die Nare Bazen?!". We hebben dan ook meteen even van de gelegenheid gebruik gemaakt om bij hen aan boord te kijken. Wat een totaal andere wereld is; tv met video, wasmachine e.d. aan boord. Dat is wel wat anders dan ons houten tentje. 

Toen we eenmaal weer verenigd waren met Peter van de Nira hebben we het weer scherp in de gaten gehouden, voor het juiste moment om over te steken. Wat vrij lastig wordt als er steeds zo'n 12 a 15 boten zenuwachtig doen over alle weer dat er aan komt. Voor hen was geen enkel weer meer goed genoeg om te vertrekken. En wij hadden een deadline omdat Bram's familie naar Horta kwam.
Uiteindelijk, na 3 dagen, zagen de weerkaartjes er veelbelovend uit (vrijwel geen wind) en konden we dan toch vertrekken. 


De Oversteek

Onder een bewolkte hemel voeren we motorsailend van Bermuda vandaan. De voorspelling was zeer lichte zuid westen wind. En zoals goed zeemanschap vereist hadden we de reis goed voorbereid.

Zo zegt de Atlantic Crossing Guide: "There are two choises regarding this passage. The first is to go north-east after departure until 38degr North or 40 N is reached, before turning due east to the Azores. Unless a major cell of High pressure is formed much further north this should put one firmly into the belt of the Westerlies. Disadvantage is the increased distance to sail and the fact that gales are common in these latitudes, particularly in May and June.
The alternative is to sail a course much nearer to the greatcircle (een rechte lijn van Bermuda naar de Azoren) though it would still be wise to make some northing on it. On this route the likelyhood of calms is considerably greater, but the chanses of gales considerably less."

Wat er op neer komt, of je hebt geen wind of je vaart om op zoek naar wind. Welnu, hoewel we ongeveer 230 liter diesel aan boord hadden, a $ 1/liter in Bermuda, was dit niet genoeg om hele grote stukken zonder wind te varen. En we vertrokken met zeer lichte winden. Dus het was logisch om naar het noordoosten te zeilen/varen.
Dit deden we dan ook. Na twee dagen raakten we de Nira uit het oog. En voeren we nog steeds met zeer lichte winden naar het Noord-Oosten. Steeds onder een geheel bewolkte lucht. Wat toch al een beetje een onheilspellend gevoel gaf.
En de derde dag kelderde de barometer plotseling. Van 1020 Hpa schoot ie door naar 1011 Hpa. De wind nam heel snel toe, en ons zeiloppervlak nam evenredig snel af. 
Toch maar even naar "Herb" op de radio luisteren (Herb is een zendamateur die voor jachten die de oceaan oversteken weerroutering doet. Hij geeft de weerberichten en vertelt je welke route je het beste kan volgen.)

Herb vertelde ons dan ook dat er een hele "trein" met depressies de oceaan over kwam. Dat was niet wat de weerberichten uit Bermuda ons beloofd hadden en dat terwijl algemeen gezegd wordt dat prognoses tot en met drie dagen nog betrouwbaar zouden zijn.
Verder zei Herb dat we onder de 35 graden noord moesten varen om uit de stormen te blijven. En wij zaten op bijna 37 graden Noord. Dat is vrijwel twee dagen varen noordelijker.
Toch verlegden we onze koers van Noordoost naar Zuidoost en bleven zodoende het ergste weer nog voor. 

Voordien was onze stuurmachine al gaan haperen, wat ons deed panikeren, met het schrikbeeld van Curaçao-Cuba nog vers in het geheugen.
Dus daar zaten we dan, ver weg van alles, met de stormachtige wind op de hielen en een zeer onbetrouwbare stuurautomaat. Ondertussen kwam er steeds meer water over dek dat via de mast en via de nieuw geïnstalleerde dekdoorvoer een weg naar binnen zocht waar het vocht zich in de matrassen zoog. Ons uiteindelijk achterlatende met één droog bed, waar we dan vervolgens om beurten op sliepen.

Buiten zittende werd je steeds met emmers water bekogeld, terwijl er iemand anders de boot gewelddadig heen en weer aan het schudden was. Kortom alles om een leuke vijf minuten durende kermis attractie van te maken.
Je stapte na je wacht uit je natte zeilpak (zeilbroek laten op het zitvlak toch nog heel makkelijk water door) in de natte boot. Genietende van het ontbreken van rust. En dat ging zo een weekje door. Elke avond luisterden we naar Herb en elke avond zei Herb dat we verder zuidelijk moesten. Tot we het punt 34 N bereikten en we Herb de vinger gaven en lekker ons eigen weer routering gingen doen, met een half oor luisterend naar het weer dat Herb voorspelde.

Ondertussen hadden we al aardig over de kaart gemeanderd, de afstand was flink uitgebreid met de extra mijlen die we daarmee gemaakt hadden. Vijf dagen voor Horta klaarde het weer op en daarmee ook ons humeur. Na een dikke week afzien waren we zeer moe, nat en algeheel alles beu. En toen ging de wind liggen en wij vierden feest alsof we er al waren.

Hoewel we toch duidelijk onze mijlpalen bij hadden gehouden (met nog 1000 mijl te gaan mochten de M&M's open gemaakt worden, met nog 900 mijl te gaan (de helft) mochten de M&M's opgemaakt worden en met nog 600 mijl te gaan zaten we op 2/3) wisten we dat we er nog lang niet waren. Maar we vierden feest alsof we Horta al in zicht hadden.

Toen braken de dagen aan van het aftellen en het boeken lezen. De kussens werden buiten te drogen gelegd, de lekke dekdoorvoer werd gerepareerd, de "suntan" werd af en toe bijgewerkt en we konden onszelf weer wassen.

Weinig spectaculairs viel voor, ondertussen kwamen we midden op zee een overlevingspak tegen, een schildpad en af en toe een visboei. We hebben een dag vol motregen gehad en zaten binnen (regelmatig naar buiten kijkend) en dagen gingen langzamer en langzamer. We waren duidelijk geestelijk al aangekomen. 
De één na laatste dag was het toppunt. Die kroop voorbij. Maar toen uiteindelijk kwam de laatste dag. 
De laatste dag: Nog drie uur te gaan door de motregen. En toen begon het te waaien, wind tegen. Onze snelheid begon zienderogen terug te lopen. Het was nu geen drie uur meer, maar nog vier uur te gaan. Een uur later was het nog steeds vier uur te gaan. Het humeur daalde tot een historisch dieptepunt. Dus we verlegden onze koers naar het eiland en toen we er bijna tegen op voeren zagen we het door de regen verschijnen. Land, eindelijk land.

Op dat moment belde Bram's moeder, die stond op het punt om op het vliegtuig te stappen. En wij dachten: "shit, net te laat".

Wat schetst onze verbazing en vreugde toen we aankwamen stonden er drie (en een halve) mensen te zwaaien op de kade terwijl wij onze vermoeide lichamen richting haven lieten varen door de NB.
Nelly had haar vlucht een dag uitgesteld en stond samen met Guus en Ineke op de kade ons op te wachten. Wat heerlijk reis voorbij en mensen op de kade die speciaal voor jou gekomen zijn en aan wie je enthousiast je verhaal kwijt kan.


Horta

Daar zitten we nu op Horta. De haven van de oceaanzeilers. De kades staan vol schilderingen van boten die hier geweest zijn. En de boten die hier nog liggen zijn een vat van zeilersintegratie. Als je nog niet weg bent van de ene borrel wordt je alweer naar de volgende boot gesleurd waar weer een fles wijn staat te wachten.

De Nederlandse kolonie is groot, en het lijkt wel dat iedereen een Waarschip heeft gehad, of heeft gevaren. Het praatje boot is dan ook wat ons bezig houdt.

Het is vrij lastig om bij te komen van een oceaanreis met zoveel sociale bijeenkomsten. Maar we vermaken ons opperbest. 

Nu weer worden we geconfronteerd met een Portugees die onze boot misschien wel wil kopen. Hoe zou dat aflopen………


Benieuwd geworden naar de andere reisverhalen vanaf het begin?

 

 

 

 

Klik hier voor:

- deel 1 van 16 oktober tot 25 oktober 2001 'Vertrek'

- deel 2 van 25 oktober tot 5 november 2001 'Spanje'

- deel 3 van 5 november tot 6 december 2001'Op weg naar las Palmas'

- deel 4 van 7december tot 8 januari 2002 'De Oversteek'

- deel 5 van 8 januari tot 13 januari 2002 'Barbados'

- deel 6 van 26 januari tot 31 januari 2002 'Grenada-Trinidad'

- deel 7 van 31 januari tot 28 februari 2002 'Venezuela'

- deel 8 van 29 februari tot 15 maart 2002 'Naar de Nederlandse Antillen'

- deel 9 van 17 maart tot 25 maart 2002 'Bonaire'

- deel 10 van 26 maart tot 1 april 2002 'Bonaire - Curacao'

- deel 11 van 3 april tot 29 april 2002 'Curacao - Cuba'

- deel 12 van 13 mei tot 3 juni 2002 'Cuba - Fort Lauderdale - Bermuda'

- deel 13 van 3 juni tot 22 juni 2002 'Bermuda- Horta Azoren'