Reisverslag deel 5

 

8 januari tot 13 januari 2002

Barbados  

Yah man, life is good in the Caribbean. Want zoals Bram al schreef, de ellende ben je vergeten op het moment dat het achter de rug is. We kwamen in Bridgetown Harbour aan waar we achter een ander Nederlands jacht afmeerden en we onze douane verplichtingen gingen voldoen. (douane verplichtingen zijn: je laten vernederen (nee, niet lichamelijk Eric) door een stel locals in uniform en vervolgens $ 50 betalen om een lullig stukje gecarbonneerd papier te krijgen met indrukwekkende stempels).

Afijn na vele zweetdruppels, lopen door de cruiseterminal waarbij de eerste mensen die je na de oversteek weer ziet dikke Amerikaanse cruise toeristen zijn, en het verkrijgen van onze noodzakelijke documentjes konden we eindelijk richting ankerplaats vertrekken.

Zodra het ankertje nog maar vers in het witte zand van Carlisle Bay gegraven was sprongen de twee (nu nog jonge (want < 30 jaar)) oceaanzeilertjes het 29 graden warme water in. Verder was het eindelijk weer eens vlees eten in Bridgetown, een koud biertje drinken en een klein beetje trots zijn op wat waar we waren, waar we de eerste dag mee doorbrachten.

De daarop volgende dagen hebben we; onze was gedaan (het werd niet gewaardeerd dat we in de wasserette ook ons t-shirtje dat we aan hadden in de machine gooiden, maar soit), boodschapjes gedaan, de kapper bezocht en ons laten knippen, regelmatig in het water gesprongen en vooral heel veel bijgekomen.

Veel van Barbados hebben we niet gezien, maar dat was ook nog niet het doel.

En op de 12e gingen we Ed ophalen van het vliegveld. Op het busstation hebben we nog even een goed gesprek gehad met “Easy going Joe”, de Caribische bokskampioen uit 1951 (12 kinderen bij 6 vrouwen, nu 71 jaar en per ongeluk in de boksring een tegenstander doodgeslagen) waarna we een dodenrit in de bus naar het vliegveld maakten. Op de openluchtterminal, tussen de Britse toeristen wachtten we op Ed; the White Veder……..

 Ed:

Yoh man…….welcome to the Caribbean. Dat hier alles met een wat aangepaste snelheid gaat, werd me op het vliegveld al duidelijk. Terwijl er 4 Boeing-ladingen aan mensen voor de customs stonden, lieten de heren in uniform zich vooral niet opnaaien: relax, man you are on Barbados! Na een uur wachttijd loop ik de terminal uit en zie meteen de gebronsde goden van de NB met dikke smiles voor de uitgang staan. Wat me meteen opvalt is dat de heren veel minder zijn afgevallen dan dat ik had verwacht na zo’n zware oversteek.

De NB op zijn ankerplaats aan het witte zandstrand is een lust voor het oog. Laat die vakantie maar beginnen! Dit is weer eens wat anders dan met anti-fouling onder je nagels een beetje vernikkelen in Nauw-er-na. 

Natuurlijk wordt na het aanhoren van grote verhalen over de oversteek en een korte global sport update van Taf snel een barretje opgezocht. Die zijn trouwens makkelijk te vinden want vanaf het strand dreunt de muziek over het water….de NB weet zijn ligplaatsen wel uit te zoeken. Barbados is een echt surfers paradise en dat is te zien aan de dudes en dudettes in de bar waar we ons Banks biertje (local brew) drinken. Jochies en meisjes van 17 die allemaal 3 keer zo breed zijn als wij (en dat is lastig ja!). Wat verder te vinden van Barbados….zoals de NB het kort en bondig samenvatte:” Het is eigenlijk een soort Texel met een heleboel negertjes!”

De volgende dag zijn we laat in de middag naar het Noordwesten vertrokken naar Saint Lucia. Dit wordt de enige nachtelijke zeiltocht waarbij we in shifts zullen zeilen, ik met Bram en Walter de andere shift. 

De heren hadden me vooraf gewaarschuwd dat de zee hier nog wel wat “Atlantische deining” zou geven. Joh…….na drie uur varen vond Taf het wel eens tijd om wat terug te geven aan de zee, de wind was inmiddels aangetrokken tot 5/6 en de golfjes werden toch echt wel hoog voor een landrot zoals ik (De NB-crew heerst op het water, Taf op het land zal ik maar zeggen). Terwijl ik groen en geel zag en niet echt in staat was om te sturen werd het langzaam pikkedonker en speerden (10 knopen) we onder een prachtige sterrenhemel richting St. Lucia. Tijdens de shift met Bram nog goede gesprekken gehad over van alles en nogwat en natuurlijk om de zoveel tijd over de railing gehangen, een dikke mats.

Natuurlijk worden tijdens zulke lange tochten de lures over boord gezet want die tonijnen moeten we er natuurlijk uittrekken. Op het moment suprème dat we beet hebben halverwege de oversteek, doe ik mijn ogen open, zie Bram als een echte Rex Hunt aan zijn hengel sjorren, ik zie de kuip waar ik lag te dutten als een dolle heen en weer gaan en ik kan meteen de vissen wat bijvoeren!!  Een mooi plaatje waar vooral Walter hard om kon lachen. De vis (ja,ja Bram zeker een tonijn) sprong natuurlijk direct van de haak na deze extra voeding.

St. Lucia (een soort Terschelling…..you catch my drift) is werkelijk prachtig, erg bergachtig en veel minder bevolkt dan Barbados. Hier verblijven we in totaal 4 dagen terwijl we langzaam naar het Zuiden afzakken.  Bram en Walter komen in de Rodney Bay Marina waar we als eerste aankomen om in te klaren, een paar nare Nederlanders tegen die ze ook al in Las Palmas gezien hadden. Op onze vraag of er hier nog iets te beleven valt komt het antwoordt: “De dames zijn hier wel een stuk gewilliger”. Klasse gastuh…lekker voor elkaar. Er vindt hier ook  een soort alternatieve Heineken regatta plaats en even zijn we in de verleiding om ons in te schrijven. Moeten we alleen een week wachten en dat duurt mij te lang, ik wil meer eilanden zien.

Naast de drukke marina’s hebben we ook op prachtige en rustige ankerplaatsen gelegen met kleine zandstandjes. In de bar van een resort de verplichte Pina’s gedronken (taai voor de NB, maar die cocktails horen erbij in de Carib, van alleen maar pils wordt je ook niet wijzer) en dat valt de zeebonken wat zwaar, zijn niets meer gewend die jongens!  Het kleine paradijsje wordt ook nog even geript van zijn collectie leesboeken want de NB neemt even 3 boeken en 3 tijdschriften mee naar de boot. “Alles aan boord is al uitgelezen”, verontschuldigden ze zich naar mij toe. Leesboeken zijn onder Yachties een soort handelsopject. Zodra je een haven binnenkomt heb je binnen een mum van tijd wel wat landgenoten aan je railing hangen die vragen of je nog wat leesboeken kan ruilen met ze. 

Oh ja, over landgenoten gesproken, ook in de Carib hebben de Nederlanders zich weer van hun beste kant laten zien blijkbaar. Van diverse boat-boys (nee, nee niet wat je denkt!) krijg je het commentaar Ah, ….Holland,…..very cheap people! Dikke mats en bedankt.

Op St. Lucia bevinden zich 2 hoge bergtoppen direct aan het water: de Piton’s. Natuurlijk moeten we van Bram een van die puisten bedwingen voordat we weer verder naar een ander eiland kunnen. Onze keuze valt op de Petit Piton die als de moeilijkste klim bekend staat. Na wat navragen wordt ons door onze grote vriend Benny (van de gelijknamige bar bij de anchorage) het “pad” gewezen voor de klim. Niks geen pad, maar een licht begroeide strook recht omhoog de bergwand op. Na anderhalf uur klimmen en vloeken bereiken we de top en hebben een mooi uitzicht over het eiland. Missie volbracht en nu rap terug naar Benny’s bar!  De locals zijn redelijk onder de indruk als we terugkomen en melden dat we zonder gids de berg bedwongen hebben (We only clim that mountain with our eyes, man!) en dat we überhaupt het pad hebben weten te vinden.

We besluiten om het volgende eiland ten zuiden van Saint Lucia maar over te slaan en direct door te varen naar de Grenadines. Deze eilandengroep moet echt de parel van de Carib zijn en dat willen we wel eens zien na de goede ervaringen met St. Lucia. Het eerste eiland dat we aandoen is Bequia. Voor de tocht hier naar toe hebben we een paar fijne “cup-sessies” gehad op de NB. Met twee man aan de railing, voetjes buiten boord en maar lekker spray-happen.  Sailing does not get better than this en de Friese meren en het IJsselmeer zullen nooit meer hetzelfde zijn.

De marina in Admirality Bay is de best uitgeruste plek die we tot nu toe gezien hebben. Veel zeilwinkels, supermarkten, bars en restaurants. Het is hier dan ook meteen een stuk drukker en dat is eigenlijk wel prima na de relatieve rust van de ankerplaatsen op St. Lucia.

Natuurlijk moest het body-board wat hier aan boord is ook worden uitgeprobeerd, dus meteen rap op weg naar de playa. Een prachtig strand met enorm hoge golven waar zelfs onze voormalige strandwacht van onder de indruk was. Het surfen was dus ook kansloos, de zee was veel te sterk.

Volgende stop op weg naar Grenada (waar ik een vlucht terug naar Barbados hoop te krijgen): de Tabago Cays. Dit is niet meer dan een koraal eilandje, maar de foto’s die we gezien hebben zijn helemaal af !

Benieuwd naar andere reisverslagen?

Klik hier voor:

- deel 1 van 16 oktober tot 25 oktober 2001 'Vertrek'

- deel 2 van 25 oktober tot 5 november 2001 'Spanje'

- deel 3 van 5 november tot 6 december 2001'Op weg naar las Palmas'

- deel 4 van 7december tot 8 januari 2002 'De Oversteek'

- deel 5 van 8 januari tot 13 januari 2002 'Barbados'

- deel 6 van 26 januari tot 31 januari 2002 'Grenada-Trinidad'

- deel 7 van 31 januari tot 28 februari 2002 'Venezuela'

- deel 8 van 29 februari tot 15 maart 2002 'Naar de Nederlandse Antillen'

- deel 9 van 17 maart tot 25 maart 2002 'Bonaire'

- deel 10 van 26 maart tot 1 april 2002 'Bonaire - Curaca'

- deel 11 van 3 april tot 29 april 2002 'Curacao - Cuba'

- deel 12 van 13 mei tot 3 juni 2002 'Cuba - Fort Lauderdale - Bermuda'