Reisverslag deel 7
31 januari tot 28 februari 2002
Van Trinidad naar Venezuela

Donderdag 31 januari: Chaguaramas, Trinidad.
Het meezeilen op de NB als trots lid van het NB Sailing Team heeft de consequentie dat je ook een reisverslag zal moeten schrijven voor de website. Hier volgen dus de avonturen van vier weken zeilen met de NB van mijn hand. (Véronique)
31 januari, na 24 uur reizen arriveer ik ’s avonds laat op het vliegveld van Trinidad, Port of Spain. Van anderen had ik al begrepen dat het werktempo op de Cariben laag ligt, zo ook hier bij Immigrations. Toen het mijn beurt was om mijn paspoort te laten zien, begreep ik waarom.
Vriendelijk lachen en mijn paspoort tonen bleek niet genoeg. Nee de dame wilde even met mij praten, en weten wat ik op Trinidad kwam doen. Het feit dat ik een enkeltje als vliegticket had maakte haar nieuwsgierig. Het feit dat ik mijn vriend op ging zoeken, ik mijn plaats op een zeilboot zou innemen en op die manier het land weer zou vertrekken deed echter haar wenkbrauwen fronzen.
Ze vond het een mooi verhaal maar ik mocht toch echt niet het land in. Mijn ‘vriend’ had mij een brief moeten sturen waarin hij verklaarde dat hij eigenaar van een boot was en dat ik op de ‘crewlist’ zou komen te staan. (Walter had dit natuurlijk wel nagevraagd, maar had bij Immigrations in de jachthaven een heel ander en veel simpeler verhaal gehoord).
Maar goed, feit was dat ik mijn vriendje maar even achter de douane moest laten komen om te bewijzen wie hij was en dat hij een boot bezat. Dus ik met een medewerker naar de deur, waar Walter mij op stond te wachten.
Enthousiast zwaaide hij dat ik zijn kant op moest komen op het moment dat ik de deur door kwam, maar al snel maakte ik hem duidelijk dat hij toch echt met mij meemoest, wat een romantisch weerzien na vier maanden… Ach ja, ik was er. En na het laten zien van identiteitsbewijzen, en een vlaggenbrief voor Frankrijk die ik toevallig in mijn handbagage had (daar stond walter zijn naam op, foto van de boot, én de naam van de boot) mocht ik mee de douane door. Goddank, snel de taxi in, die na het instappen al de deuren snel met één druk op de knop op slot deed…… naar het hotel.
Na de avonturen van Bram en Walter was het veilige gevoel op Trinidad helemaal weg. Maar het was fijn om weer bij de jongens te zijn. Na het verwerken van de jetlag en het wennen aan de hitte (lekker op het heetst van de dag op een terrasje in de schaduw aan het water drankjes drinken en tijdschriftjes lezen), stond ik twee dagen later al zoals gebruikelijk met een roller in de hand de antifouling op het onderwaterschip te smeren. Ik voelde me al weer een lid van het team! Hoe sneller de boot in het water hoe beter was het motto.
Maandag 4 februari: Op weg naar Chacachacare Trinidad
Maandag werd de NB weer in de gigantische kraan gehesen om het water in te gaan. Na nog een nacht in de ankerplaats van Chaguaramas te verblijven, gingen we echt het water op! Op weg naar Chacachacare.
Dit is een groep eilanden tussen Venezuela en Trinidad in, die tot de jaren 80 gediend hebben als lepra kolonie. Hier zouden we voor anker gaan, en even bijkomen van het harde klussen, voordat we naar Venezuela zouden zeilen. Nadat we de boot op een mooie plek hadden neergelegd, zwommen we naar de kust om het eiland vluchtig te bekijken. De gebouwen van de lepra kolonie stonden nog vrij intact op het eiland. Het leek alsof ze een jaar geleden pas verlaten waren, van de ene dag op de andere. Omdat dit ons toch wel intrigeerde besloten we nog een dag langer te blijven.
Het eiland werd de volgende bezocht. De oude huizen waren zo overgroeid in 20 jaar dat je ze moeilijk vond op het eiland, maar tijdens onze ontdekkingstocht kwamen we een oude bakkerij, de ziekenzalen, de apotheek, de filmzaal, twee kerken en vele woonhuizen tegen.
’s Avonds probeerden de mannen met hun spearguns wat vissen te vangen, maar kwamen met lege handen terug... Bram had zijn visstand al wel iets opgekrikt sinds het begin van de reis, maar met mij erbij scheen het niet goed te gaan. Op het kampvuur wat Bram die avond op de pier gefabriceerd had, werden daardoor vol enthousiasme alleen knakworstjes en brood gegrild.
Onderweg
naar Venezuela
De volgende dag vertrokken we ’s middags naar Venezuela, naar de eilandengroep Los Testigos. Het zou een hele nacht zeilen worden, dus om mij aan de golven te laten wennen bij daglicht (tegen mogelijke zeeziekte) vertrokken we ’s middags. Het wennen aan de golven was wel even nodig. Ondanks dat het voor hun redelijk prettig zeilen was, had ik het gevoel dat ik op een achtbaan zat. De golven kwamen van alle kanten! Maar Bram en Walter wisten mij te vertellen dat de Atlantische Oceaan wel tien keer zo erg was.
Ondanks het rustige water werden ook de mannen een beetje flauw en misselijk tegen de avond. Walter probeerde wat te koken tussendoor, maar nadat hij per ongeluk een blik Kip Tandori samen met een blik Goulash in de pan had gegooid verloren we helemaal onze eetlust. Even om de beurt slapen deed ons goed en vervolgens gingen we de nacht in en zeilden, al chips en koekjes etende, we om de beurt zo’n 5 mijl. Een slappe maan vergezelde ons deze nacht, en zo kwam er af en toe ook een dolfijntje meezwemmen. Wat kan je je stoer voelen als je in het donker zit te sturen en Bram en Walter heel fijn liggen te slapen!
Donderdag 7 februari: Los Testigos, Venezuela
’s Ochtends vroeg kwamen we aan op Los Testigos. Omdat we ons hier moesten inklaren gingen we voor anker vlak bij “el oficina”. Deze ochtend kwamen we bij aankomst de zeilboot Nira tegen met daarop Peter die in zijn eentje de wereld rond zeilde. We zouden hem nog vaker tegenkomen!
Op Los Testigos zochten we na het inklaren een mooie ankerplaats uit, uit de wind.
We hadden besloten dat we hier pas maandag weer zouden vertrekken. Eerst even een paar dagen luieren, en zwemmen én lezen!
Wie zich afvraagt hoe Bram en Walter elke dag doorkomen: er wordt naast het zwemmen heel erg veel gelezen! ’s Ochtends na het opstaan.. lezen. Na het ontbijt… lezen, dan even zwemmen, en na het zwemmen lezen, ’s middags wat zwemmen, of wandelen, vervolgens lezen… voor het eten… lezen, na het eten.. lezen… etc. De hoogstaande literaire werken worden daarom ook graag afgewisseld door wat pulp met veel schieten, tieten en helikopters. Dit ritme van bestaan is even wennen als je uit de gewone wereld komt.
Los Testigos was ‘picture perfect’. Mooi helder water, verlate witte stranden, palmbomen, vissersdorpjes en bijna geen andere buitenlandse boten. Schijnbaar zat er ook veel vis, want naast ons lagen regelmatig vissersboten die de een na de andere vis binnen haalden. Dit stemde Bram hoopvol, en ook hij hing een lijn met de beste lure uit in het water. Toen dat niet lukte werd het tijd voor het zwaardere werk, ik in de dinghy om te sturen en Bram naast mij met zijn duurdere hengel. Een kwartiertje later had hij nog steeds niets gevangen, en gaf Bram het op. We aten gewoon maar pannenkoeken……
Los Testigos bezat ook een uitgestrekt strand met bijna Atlantische golven. De hoogste duin werd beklommen om bij dit, wederom verlaten, strand te komen. Hier zouden de mannen met hun bodyboard even een staaltje mannelijkheid aan mij tonen, de golven werden bedwongen met het bodyboard!
Na vier dagen rust en ontspanning bij deze vreselijk mooie eilanden begon het toch te kriebelen en wilden we ons weer onder de mensen begeven. Op maandag vertrokken we richting partyeiland Isla Margarita!
Maandag 11 februari: Isla Margarita
Na een dag zeilen bereikten we aan het eind van de middag Isla Margarita, mét een vis bij ons! Bram had onderweg eindelijk weer wat gevangen! Het aanzicht van Isla Margarita deed ons minder juichen… voornamelijk lelijke jaren 70 torenflats…. Maar goed het was wel een stad, met hopelijk kroegjes, restaurantjes en een bioscoop waar Bram en Walter naar snakten.
Na het ankeren gingen we aan wal om een biertje te drinken en wat te eten! Op de speciale dinghy dock zaten toen wij daar aankomen, Peter (de jongen die alleen die wereld rondzeilt), en een duits stel Carola en Heiner, die Bram ook op Los Testigos had ontmoet. Er werd afgesproken om de volgende dag met hun biertjes te gaan drinken!
Op Isla Margarita konden we ook voor het eerst weer ongeneerd shoppen in de lange winkelstraat vol kledingwinkels en warenhuizen. Onder strikte bewaking van politieagenten op lelijke choppers en bewakers met gigantische guns om hun schouder, dat wel. Een rare gewaarwording.
Toevallig liepen we dezelfde dag tegen de Carnavalsoptocht aan. We nestelden ons tussen de lokale bevolking op de stoep en besloten te wachten tot de parade langskwam. We fantaseerden over mooie praalwagens, vrouwen met kokosnoten voor en veel bubblingmuziek. Maar toen anderhalf uur later alleen nog maar snoepgooiende wagens voorbij waren gekomen besloten we terug te gaan naar de ankerplaats. Helaas, ’s avonds hoorden we dat we een mooie parade en dansende mensen op straat mis waren gelopen. Maar ach, misschien volgend jaar.
Isla Margarita was in het bezit van een bioscoop waar ze de films niet na-synchroniseren! Voor een prikkie zit je hier in de bioscoop, dus hebben we in die paar dagen gelijk 2 films bezocht! De eerste was Lord of the Rings, 3 uur zonder pauze…. Wat ze ons niet hadden verteld was dat de bios een airconditioning heeft die zo koud is dat het lijkt alsof hij op tien graden Celsius staat. In je T-shirtje, rokje of korte broek is dat bijna niet te harden voor drie uur lang.
De tweede film, Ocean’s Eleven, hebben we de volgende dag dus bekeken met lange broek, thermo shirtjes en sokken aan!
Dus nadat de mannen opgeknapt waren van een kort maar heftig voedselvergiftinkje besloten we richting het vaste land van Venezuela te gaan. Carola, Heiner en Peter, waar we veel mee op getrokken hadden, vertrokken richting Cumaná om daar hun boot op te knappen op een werf. Wij besloten om hun die kant op de te volgen. Bram wilde nog een week de binnenlanden in en hoopte dat beter te kunnen regelen vanuit Cumaná.
Maandag 18 februari: Cumaná.
Na twee dagen zeilen, met een tussenstop op een tropisch visserseilandje kwamen we in de Jachthaven Cumanagoto aan. De zeilreis er na toe ging niet over rozen. Zo was er bijna geen wind, af en toe een vlaagje, waardoor het loeiheet was aan boord, en deed de motor het ook niet zoals het zou moeten. Dit drukte flink op het humeur van het NB Sailing Team.
Maar hoe dichter we bij ons einddoel kwamen, hoe vrolijker het werd aan boord. Niet alleen werden we het laatste stuk vergezeld door zo’n 10 dolfijnen, ook doemde het symbool van de Mc.Donalds op aan de horizon. Dit zou een leuke stad worden!
In de jachthaven werden we verwelkomt door een grote groep medewerkers die ons graag wilden helpen, en dé bewaker van de jachthaven. Deze man liep, samen met een collega, met een groot geweer rond om de jachthaven 24 uur te bewaken. We wisten nog niet of we ons hier nou juist veilig of heel onveilig door moesten voelen.
In de loop van de week zou blijken dat Cumaná vol met dit soort bewakers staat. De meest lullige bewaker voor een winkel, staat daar ongeïnteresseerd met een geweer te zwaaien en kijkt boos uit zijn ogen. Cumaná bleek een stad te zijn waar je je eigenlijk het beste via de taxi kan verplaatsen.
De verhalen die we van andere zeilers hoorden over het zeilen langs de Venezolaanse kust waren al niet positief, maar in Cumaná werden we ook door de inwoners zelf gewaarschuwd door uitspraken als “Hay mucho banditos aquí”. Walter en ik liepen de eerste dag nog onwetend door de stad heen, goed we werden wel aangestaard maar ach. En tja we zagen inderdaad weinig andere toeristen, maar toch. Hoe onveilig de stad was werd ons echt duidelijk toen Peter en Carola om 13.00 uur ’s middags met een mes overvallen werden. Het was duidelijk, we moesten hier weg. Het was veel te heet in de stad, veel te gevaarlijk en bovenal niet gezellig.
Bram had inmiddels een ticket naar Merida geregeld. Donderdag 22 februari vertrok hij om een week lang de Andes gaan ontdekken. Walter en ik besloten deze week naar National Park Mochima te zeilen.
Vrijdag 23 februari: Mochima – National Park
National Park Mochima is een eilandengroep voor de kust van Venezuela tussen Cumaná en Caracas. Behalve wat kleine steden aan wal vind je op de eilanden zelf geen bewoonbare wereld. Elk eilandje is een droge rots met wilde begroeiingen met af en toe een vissershuisje. Maar bij of tussen deze eilanden vind je de meest geweldige ankerplaatsen, volledig uitgestorven, mooie goudgele strandjes en prachtige planten.
Walter en ik vertrokken vanaf Cumaná, en werden zeilend op weg naar het dorpje Mochima vergezeld door zo’n 15 dolfijnen. De eerste ankerplaats die we opzochten was bij Mochima. Door alle negatieve verhalen van andere zeilers, en de overval op Carola en Peter vonden we het best eng om ergens alleen voor anker te gaan liggen. De hele baai met de mooiste ankerplaatsen was uitgestorven!
We bleven dus doorvaren tot we een andere boot vonden. Uiteindelijk vlak voor het plaatjes Mochima lag een Canadese Catamaran.
De volgende dag besloten we Mochima te gaan bezoeken met de Dhingy. Vanaf de NB zag het er uit als een zuurstokstadje met allerlei verschillende kleuren huisjes, en er kwamen en gingen vissersbootjes af en aan.
Mochima bleek vooral een toeristisch plaatsje voor Venezolanen zelf te zijn. Daar lieten de lokale toeristen zich in vissersbootjes vervoeren naar verlaten stranden in het National Park, om aan het eind van de dag weer opgehaald te worden!
Na twee dagen bij Mochima gelegen te hebben, gingen wij ook op zoek naar zo’n verlaten strand. Tijdens het zeilen stelde Walter voor om de vislijn uit te gooien. Tenslotte had Bram ons de afgelopen drie weken geleerd hoe we vis moesten vangen, doodmaken en schoonmaken, dus tja waarom niet? Na tien minuten hadden we al beet!!! Er hing een super tonijn aan de haak. Bij het binnen halen bedachten we al dat we Bram hier helemaal gek mee konden maken omdat hij zo’n grote nog niet binnen gehaald had!
De rest van de week hebben we de mooiste ankerplaatsen met strakblauw snorkelwater bezocht. Een heel ongecompliceerd leven krijg je dan, de belangrijkste vraag ’s ochtends is; of je éérst gaat zwemmen óf eerst gaat ontbijten. En ’s middags vraag je je af of je je tijdschriftje zal lezen of je boek óf dat je toch nog even gaat snorkelen. Alleen de stilte is verraderlijk. Zo om de vijf minuten zit je recht op van de schrik als er weer eens een pelikaan net naast je boot in een duikvlucht het water in knalt, op zoek naar vis…
Maar ach, zolang je je maar goed insmeert hoef je je helemaal nergens meer druk om te maken....
Bram en Walter hebben het maar goed bekeken!
Véronique
Benieuwd naar andere reisverslagen?
Klik hier voor:
- deel 1 van 16 oktober tot 25 oktober 2001 'Vertrek'
- deel 2 van 25 oktober tot 5 november 2001 'Spanje'
- deel 3 van 5 november tot 6 december 2001'Op weg naar las Palmas'
- deel 4 van 7december tot 8 januari 2002 'De Oversteek'
- deel 5 van 8 januari tot 13 januari 2002 'Barbados'
- deel 6 van 26 januari tot 31 januari 2002 'Grenada-Trinidad'
- deel 7 van 31 januari tot 28 februari 2002 'Venezuela'
- deel 8 van 29 februari tot 15 maart 2002 'Naar de Nederlandse Antillen'
- deel 9 van 17 maart tot 25 maart 2002 'Bonaire'
- deel 10 van 26 maart tot 1 april 2002 'Bonaire - Curaca'
- deel 11 van 3 april tot 29 april 2002 'Curacao - Cuba'
- deel 12 van 13 mei tot 3 juni 2002 'Cuba - Fort Lauderdale - Bermuda'