Reisverslag deel 8
29 februari tot 15 maart 2002
Cumaná Venezuela –Bonaire Nederlandse Antillen

Cumaná
Na een weekje afzondering van Bram in de Andes was het team weer compleet en konden we ons opmaken voor twee weken eiland hoppen richting Bonaire.
Deze eilandhop zou uitgevoerd worden tezamen met de Nira (van Peter en Sindie C. die in Cumaná bij Peter aan boord kwam) en de Druuna (een Franse catamaran, een moderne ark van Noach met vele diertjes zoals kippen, geiten, kinderen, katten e.d.).
In Cumaná werd afgesproken om tegelijk naar Isla Tortuga op te zeilen. Een uitgesproken kans voor ons om de andere boten onze spiegel te laten zien.
Om 4.30u ’s ochtends vertrokken we tegelijkertijd met de Nira voor deze 68 mijl run. Al snel kwamen we erachter, dankzij onze voortreffelijke trimkunsten, dat de Nira ons niet in kon halen, én we uiteindelijk weer een waardeloze reisvoorbereiding bleken te hebben gedaan en we ook wat langer in onze bedjes hadden kunnen blijven liggen.
Wel werden we vlak voor Isla Tortuga nog even ingehaald door de Druuna van Guy en Marie-Hélène……….taai.
Onderweg hebben we ons niet alleen bezig gehouden met het uiterste uit de NB halen maar ook met het vissen op tonijn en andere smakelijke zeedieren. Uiteindelijk bleef de vangst beperkt tot een flinke tonijn. Die we ’s avonds op de barbecue hebben gegooid op het strand van Isla Tortuga.
Isla Tortuga
Isla Tortuga is een droog stuk land met wat vissershutjes erop en een airstrip die gebruikt wordt door de rijkere Venezolanen om in het weekend zon en zee op te zoeken.
De dag na aankomst zijn we met z’n allen gaan spearvissen achter het rif. Toen bleek dat alles wat het eiland miste boven NAP, ruimschoots werd goedgemaakt door het onderwaterleven. Een prachtig koraalrif vol met uiterst moeilijk te raken grote vissen. Echter op het einde van de dag wisten we uiteindelijk toch met twee grote vissen aan boord te komen.
Aangezien de ankerplaats niet vrij was van de zeegang, zijn we na twee dagen verkast naar een andere ankerplaats ten noorden van het eiland. Hier lagen we heel surrealistisch achter een laag rif waardoor het net leek alsof je in de Caribische zee lag geankerd zonder bescherming. Ook hier hebben we twee dagen geankerd en ‘gespearvist’.
Daarna zijn we weer verkast naar een eilandje in de buurt van Tortuga, Cayo Herradero. Hier lagen verschillende boten geankerd die we van daaraf verschillende keren zouden tegenkomen. Na twee dagen (het wordt een beetje saai, dit mooie leven, ik weet het) moesten we naar Los Roques.
Los Roques
Los Roques is een archipel van rif eilanden die tezamen een nationaal park vormen, waar je voor moet betalen om dat met je boot te kunnen bezoeken.
Maar we gingen op dutch way, zeggende dat we op doortocht zijn enzo, hopende zo een hoop geld te besparen.
Maar allereerst moesten we er nog komen. Bekend met onze fabelachtige reisvoorbereiding hadden we bedacht dat we deze 87 mijl wat beter moesten plannen dan de vorige reisplanningen. We zouden ’s avonds rond een uur of zes weggaan en dan de volgende dag ’s ochtends bij daglicht aankomen. Maar plannen hangen af van de uitvoering en toen de bulk van onze medezeilers rond een uur of vijf vertrokken begonnen ook bij ons de kriebels toe te slaan en werd het anker gehesen voor een zeilrace die alleen door ons zo beleefd werd.
Al snel haalden we de Nira in en even later haalden we ook Niek, onze vriend, de solozeilende bollenboer (met bijpassende Lex en Maximavlag in zijn mast) in. U begrijpt het al, rond een uur of vier ’s nachts was het bijna paniek en moesten we uit alle macht proberen onze boot af te remmen, dit is bij een waarschip 1010 met toenemende wind toch nog best lastig.
Achtereenvolgens ging, het 1e, 2e, en later het 3e rif in het grootzeil. Het grootzeil naar beneden, de fok werd slapper gezet en alle fenders werden verbonden aan de boot over boord gezet. Alles om de snelheid er uit te halen. Toen we ook toen nog te snel gingen, en zagen dat de Druuna in het zelfde schuitje zat, hebben we de motor gestart en de zeilen laten zakken om de boot nog een beetje bestuurbaar te laten.
En bij de ochtendschemering vonden we de opening in het rif en voeren we op de voeten gevolgd door Druuna, Los Roques binnen.
Dan wil je maar een ding, slapen. Maar eerst moesten we nog even ankeren. Wat best lastig bleek met een grote steen in je anker en windkracht 7 op de neus.
Ook in Los Roques hebben we drie keer van ankerplaats gewisseld, met tussendoor wat komische zeiltripjes (waarbij wij geen informatie van het gebied hadden, en diegene die het wel hadden (Nira en Druuna) af en toe niet wisten waar we zaten).
Tussendoor hebben we nog een Nederlands/Deens/Australisch/Nieuw-Zeelands voetbal toernooi gespeeld waarbij, Bram aka “de Stofzuiger” weer het veld (strand) in kwam. Waarbij na menig technisch hoostandje onzerzijds we toch met 7-1 in het zand moesten bijten.
Ook tussendoor hebben we nog een visextravaganza gehad, waarbij de stand uiteindelijk 4-2 voor het NB-fishingteam was. We verloren twee lures aan de Barracuda’s terwijl we twee Barracuda’s en twee Yellowtailsnappers vingen.
Toen zetten we via Los Aves, weer een rifarchipel voor de kust van Venezuela, koers naar Bonaire. Hier bleek dat ons leven best eenzijdig is: lezen, vissen met de spearguns, vis bereiden, eten en eilandjes bekijken; taai hoor. Ondertussen ook de verschillende manieren van rumcocktails bereiden op zijn Nieuwzeelands bewonderend
Bonaire
Het zeilen naar Bonaire kon niet verziekt worden door onze reisvoorbereiding en op een zonnige middag kwamen we weer aan in een stukje Koninkrijk, Kralendijk, Bonaire. Waar we Hollandse patjepeeers zagen met gouden kettingen, ANWB straatnaamborden en Caribisch weer. Voorwaar een bizarre combinatie. Hier vonden we een supermarkt met Albert Heijn producten, tegen prijzen die bij nader inzien toch echt zo hoog bleken te zijn als het plakkertje op het product zei.
De tijd voor de komst van de grote witman Eric moest gevuld worden met het zoeken naar een goeie duikschool, want Bonaire is een Divers Paradise, en zulk helder water hadden we inderdaad nog niet eerder gezien.
Uiteindelijk had onze queeste twee duikscholen opgeleverd waarvan de laatste afviel omdat waarschijnlijk de instructeurs te aardig waren…….
Eric kwam zag en overwon, na een uurtje wachten op het vliegveld, waar je heel duidelijk de nare deel van het Nederlandse volk aan de bar kon zien hangen kwam dan eindelijk de man die ons leven zou verlichten. Voor een week dan toch; Eric, ons licht in de duisternis.
Benieuwd geworden naar de andere reisverhalen vanaf het begin?
Klik hier voor:
- deel 1 van 16 oktober tot 25 oktober 2001 'Vertrek'
- deel 2 van 25 oktober tot 5 november 2001 'Spanje'
- deel 3 van 5 november tot 6 december 2001'Op weg naar las Palmas'
- deel 4 van 7december tot 8 januari 2002 'De Oversteek'
- deel 5 van 8 januari tot 13 januari 2002 'Barbados'
- deel 6 van 26 januari tot 31 januari 2002 'Grenada-Trinidad'
- deel 7 van 31 januari tot 28 februari 2002 'Venezuela'
- deel 8 van 29 februari tot 15 maart 2002 'Naar de Nederlandse Antillen'
- deel 9 van 17 maart tot 25 maart 2002 'Bonaire'
- deel 10 van 26 maart tot 1 april 2002 'Bonaire - Curaca'
- deel 11 van 3 april tot 29 april 2002 'Curacao - Cuba'
- deel 12 van 13 mei tot 3 juni 2002 'Cuba - Fort Lauderdale - Bermuda'